Artikel Arnold Heertje en Hans Wiegel

Deskundigen en beleidsmakers dragen een verschraald en misleidend beeld uit van het economisch leven in Nederland. Het beleid van de overheid stoelt op een ordentelijke economie, die de speelbal is van - soms kortstondige- mondiale financiële ontwikkelingen. Dit onheil werkt nadelig in op het kwantitatieve niveau van economische groei, consumptieve bestedingen, investeringen en werkgelegenheid. Van deze beeldvorming maakt de verwachting deel uit dat door het terugdringen van begrotingstekort, staatsschuld en arbeidskosten economische groei, consumptie en investeringen de draad uit het verleden weer oppakken.

 

Deze voorstelling van zaken miskent de historische fase, die de economische en maatschappelijke ontwikkeling wereldwijd doormaakt. Het huidige tijdperk wordt gekenmerkt door ingrijpende en wezenlijke, maar ook onvoorziene veranderingen, vrijwel alle aangezwengeld door het voortschrijden van de techniek, een dynamiek die aan de aandacht van spraakmakende economen ontsnapt. Nederland onttrekt zich niet aan deze mondiale “creatieve afbraak”, zoals Schumpeter (1883-1950) deze duidde. Het oude verdwijnt, het nieuwe kondigt zich aan.

 

Daarnaast toont ons land specifieke karakteristieken, die onderbelicht blijven en niettemin het feitelijke beloop van alle economische activiteit bepalen. Terwijl in het economisch geweld alleen de consumenten hun rol met verve en verstand spelen, worden zij afgeschilderd als burgers, die het consumptief laten afweten en zodoende de crisis in stand houden. In feite verminderen zij schuldposities en sparen zij meer dan voorheen. Niet wordt beseft dat zij uitzijn op een andere compositie van hun consumptie, die niet vanzelf door de markt wordt aangereikt. Hun bijdrage aan het financieel gezond maken van de wereldeconomie en hun spaargedrag openen daarbij het perspectief op investeringen in leefbaarheid en de kwaliteit van het bestaan. De consumptieve effecten van het benutten van de technische ontwikkeling bij het investeren in duurzaamheid, houden een structurele verschuiving in,  van de nadruk op materiële consumptie, naar het voorzien in de behoefte aan behoud van natuur en cultuur, een gezond leefmilieu, een duurzame energievoorziening, beter watermanagement en het afwenden van de klimaatdreiging. Voor de Nederlandse consumenten is het renoveren van alle woningen uit het oogpunt van duurzaamheid urgenter dan het bouwen van nieuwe woningen op een schaal, die neerkomt op investeren in leegstand. Deze zienswijze betekent een andere kijk op economische groei, omdat in die maatstaf voor economische activiteit slechts een deel tot uitdrukking komt van de behoeftebevrediging waar het de burgers van nu, van straks en waar ook ter wereld om gaat.

 

De welvaart in ruime zin betreft niet alleen meer behoeften waarin wordt voorzien, maar vooral de kwaliteit ervan.

 

Dit inzicht klemt te meer nu de illusie van een terugkeer naar economische groeipercentages van 3 à 4% moet worden opgegeven. Bij een kwalitatief  hoogwaardige, duurzame en kennisintensieve economische ontwikkeling, past een meer  beperkte  economische groei. Het geweeklaag over krimp in sommige regio’s vanwege de werkgelegenheid, miskent dat werk de vrucht is van het voorzien in behoeften. Als er minder baby’s worden geboren zijn er minder basisscholen nodig en verdwijnt er werkgelegenheid in de bouw. In plaats van bij de pakken neerzitten, wordt inspiratie ontleend aan het zicht op meer open ruimte, het behoud van natuur en omgeving, het toenemen van de leefbaarheid en het zinvol aanwenden van nieuwe mogelijkheden. Een voorbeeld is de reactie in het dorp Barchem op een inkrimpend aantal inwoners.

 

De ingrijpende herijking kan worden verdiept. Voor de mensen in het land heeft zinvolle economische activiteit evenzeer betrekking op behoud en onderhoud van het bestaande. Het behouden en onderhouden van natuur en cultuur voorziet in behoefte van mensen. Wanneer bestuurders van stadsdelen in Amsterdam van achter een bureau met één pennenstreek bomen in buurten kappen en historische panden slopen, komen de burgers in opstand. Er valt in Nederland een wereld te winnen door in het voetspoor van de Fransen zorgvuldiger om te gaan met het erfgoed uit het verleden. Maar, we kunnen ook dichter bij huis blijven. Het onderhoud van de infrastructuur van spoorwegen, waterwegen,  de Oosterscheldedam, wegen en bruggen is zozeer achterstallig dat grote risico’s worden gelopen.. Voor het onderhoud van scholen, overheidsgebouwen en woningen geldt hetzelfde. Oud-Minister Johan Witteveen wijst daar ook op en pleit voor meer investeringen op dit terrein. Wij hebben behoefte aan een grootscheepse aanpak van alle tekorten die door jarenlange verwaarlozing zijn ontstaan, vorm te geven door het benutten van geavanceerde technologie en het ontwikkelen van nieuwe technische oplossingen.  Het eenzijdig  en soms zelfs onbesuisd inspelen op economische expansie heeft slechts geleid tot investeringen in  leegstaande kantoren, de aanschaf van braakliggende gronden door gemeenten, het in wijken en centra van steden bouwen van onbenutte winkels en de bouw van nieuwe woningen, waarvoor geen belangstelling is. Al deze misplaatste investeringen vloeien voort uit kortzichtige besluiten die beperkte financiële belangen dienen van projectontwikkelaars en zijn losgezongen van de burgers.   Er is sprake van dehumaniserende transacties, omdat de mensen waar het om gaat uit beeld zijn verdwenen. In het verlengde van de gefragmenteerde besluitvorming ligt het onheilspellende van de bureaucratie. Het verleggen van de aandacht naar publieke en private investeringen in de verbetering van de bestaande infrastructuur, nu de zachte infrastructuur het flexibiliseren van arbeids- en consumptietijden en het nieuwe werken  mogelijk maakt, is urgent en de vitale bron voor zinvolle en door onorthodoxe financiële arrangementen haalbare economische bedrijvigheid.

 

Het humaniseren van het economisch leven krijgt gestalte door in het beleid het  consistente gedrag van consumenten te aanvaarden als voorbode van een verschuiving van materiële consumptieve bestedingen via de markt, ten gunste van de verbetering van hun private welvaart door investeringen in duurzaamheid, die ontspruiten aan de technische ontwikkeling en inventieve publiek-private arrangementen vergen. Voorts door in het beleid de eenzijdige oriëntatie op kwantitatieve, economische groei van het bruto binnenlands product om te buigen ten behoeve van een bredere bekommernis omtrent een kwalitatief hoogwaardige, duurzame economische ontwikkeling.

 

In Nederland steekt dit perspectief schril af tegen de dagelijkse stroom aan berichten over fraude, corruptie en verspillingen.  De schade die publieke fraudeurs in het onderwijs, de zorg en bij corporaties aanrichten, wordt in de politiek onderschat.

 

Op grote schaal is daarnaast sprake van omvangrijke verspillingen door wanbeheer en het opvallende intellectuele tekort van hoog tot laag. Van de NS, de jeugdzorg, peuterzorg, de corporaties, de onderwijskoepels, het UWV tot de stadsdelen in Amsterdam. Telkens is sprake van falend bestuur.

 

Het insnoeren van de discussie over het bezuinigen tot de 3% norm miskent ten minste drie positieve kanten van het bezuinigingsbeleid.  Allereerst is de hele samenleving alerter geworden voor het blootleggen van fraude en is het begrip voor een harde aanpak toegenomen. Voorts toont de overheid meer daadkracht bij het te lijf gaan van verspillende bureaucratie en het terugdringen van de doorgeschoten grootschaligheid dan voorheen.

 

Met het humaniseren en verduurzamen van het maatschappelijk leven verdraagt zich niet de luxe dat beunhazen leidinggevende posities bekleden en overbodige managementlagen scheppen ten koste van de werkvloer en het dienstbetoon aan de klanten, patiënten in de zorg, studenten in het onderwijs en huurders van woningen van corporaties. Ten slotte is het bezuinigen het voertuig voor  saneringen die bij overheden en in het bedrijfsleven in volle gang zijn. Deze saneringen behelzen dat publieke financiering wordt vervangen door private. Door sociale innovatie ontstaat à la Schumpeter een kwalitatieve verbetering, bv indien Museum Boymans voortaan gelden betrekt van betrokkenen, zoals afgestudeerden en minder afhankelijk is van de belastingbetaler. Op kleinschalige basis zijn mensen enthousiast bezig met het creatief oplossen van maatschappelijke problemen, juist nu de overheid het noodgedwongen laat afweten, niet alleen financieel, maar mede vanwege een tekort aan kennis. Zo krijgt de Nederlandse samenleving een ander aanzien.

 

 Een andere aanpak door sociale innovatie bij het oplossen met behulp van moderne economische theorie (mechanism design) van vraagstukken die buiten de markt om spelen, terugkeer van de menselijke maat door het humaniseren van transacties en toezicht en het ontdekken van  de consument als aanjager van een duurzame economische ontwikkeling, hier en elders. Het is deze lijn die wij bepleiten. Misschien een lange weg met hindernissen. Maar een weg waarvan ook anderen hopelijk vinden dat deze moet worden ingeslagen.

Copyright Arnold Heertje en Hans Wiegel

 

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <strong> <em> <blockquote> <ul> <ol> <li> <img>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.