Belastingen

Door de overheid opgelegd aan belastingplichtigen, zonder dat er een directe tegenprestatie van de overheid tegenoverstaat. Er zijn 2 typen belastingen: directe en indirecte belastingen.

Directe belastingen zijn belastingen op inkomen, winst en vermogen. Deze belastingen draagt de belastingplichtige zelf af aan de Belastingdienst. Een voorbeeld hiervan is de inkomstenbelasting (IB).

Indirecte belastingen worden door een ander aan de Belastingdienst afgedragen. Die belasting is in de prijs van de goederen en de diensten verwerkt. Daarom heet deze belasting ook wel kostprijsverhogende belasting. Accijns is een voorbeeld van een indirecte belasting. De consument betaalt de belasting, maar de leverancier draagt het belastingbedrag af aan de Belastingdienst.

Rijksbelastingen die in Nederland geheven worden, zijn:

  • inkomstenbelasting (IB);
  • loonbelasting;
  • vennootschapsbelasting (Vpb);
  • dividendbelasting;
  • kansspelbelasting;
  • erfbelasting;
  • schenkbelasting;
  • vermogensrendementsheffing;
  • omzetbelasting (btw);
  • rechten bij invoer;
  • rechten bij uitvoer;
  • accijnzen zoals alcoholaccijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en enkele andere producten, suikeraccijns, tabaksaccijns en accijns van minerale oliën;
  • belastingen op personenauto's en motorrijwielen (bpm);
  • motorrijtuigenbelasting (mrb);
  • belasting zware motorrijtuigen;
  • overdrachtsbelasting;
  • assurantiebelasting;
  • milieubelastingen, zoals kolenbelasting, en energiebelasting.

Er is momenteel geen inhoud met deze term geclassificeerd.